Terug
Gepubliceerd op 19/11/2025

2025_GR_00219 - Vaststelling van het gemeentelijk leegstandsreglement en gemeentelijke belasting op leegstand van woningen en gebouwen voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 17/11/2025 - 20:00 GC de Plak
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Belastingreglement, type Kohierbelasting.
  • Bijkomende aanslagvoet: Nee

Samenstelling

Aanwezig

Mariska Claesen; Jeroen Hendrikx; Yvan Vesters; Kathleen Thoelen; Liesbeth Steegmans; Johny Machiels; Freddy Blokken; Danny Bulen; Jan Bynens; Patrick Hermans; Jos Leroi; Miet Nelissen; Suzy Wolfs; Rik Kriekels; Karen Alders; Marie Claesen; Josette Nassen; Inge Leuraers; Tom Dewarier; Eddy Goffinghs; Joris Machiels; Jeroen Haenen; Etienne Leuraers; Jan-Bert Willems; Jan Dreesen, algemeen directeur; Lize Habex, Voorzitter

Secretaris

Jan Dreesen, algemeen directeur

Voorzitter

Lize Habex, Voorzitter

Stemming op het agendapunt

2025_GR_00219 - Vaststelling van het gemeentelijk leegstandsreglement en gemeentelijke belasting op leegstand van woningen en gebouwen voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 - Goedkeuring

Aanwezig

Mariska Claesen, Jeroen Hendrikx, Yvan Vesters, Kathleen Thoelen, Liesbeth Steegmans, Johny Machiels, Freddy Blokken, Danny Bulen, Jan Bynens, Patrick Hermans, Jos Leroi, Miet Nelissen, Suzy Wolfs, Rik Kriekels, Karen Alders, Marie Claesen, Josette Nassen, Inge Leuraers, Tom Dewarier, Eddy Goffinghs, Joris Machiels, Jeroen Haenen, Etienne Leuraers, Jan-Bert Willems, Jan Dreesen, Lize Habex
Stemmen voor 13
Freddy Blokken, Jan Bynens, Jos Leroi, Yvan Vesters, Liesbeth Steegmans, Rik Kriekels, Josette Nassen, Marie Claesen, Joris Machiels, Jeroen Haenen, Eddy Goffinghs, Etienne Leuraers, Lize Habex
Stemmen tegen 12
Karen Alders, Danny Bulen, Patrick Hermans, Miet Nelissen, Suzy Wolfs, Mariska Claesen, Jeroen Hendrikx, Kathleen Thoelen, Johny Machiels, Inge Leuraers, Tom Dewarier, Jan-Bert Willems
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2025_GR_00219 - Vaststelling van het gemeentelijk leegstandsreglement en gemeentelijke belasting op leegstand van woningen en gebouwen voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 - Goedkeuring 2025_GR_00219 - Vaststelling van het gemeentelijk leegstandsreglement en gemeentelijke belasting op leegstand van woningen en gebouwen voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

De gemeenteraad keurde bij besluit 17/02/2020 en 20/06/2022 het gemeentelijke leegstandsreglement en gemeentelijke belasting op leegstand van woningen en gebouwen voor de periode van 01.01.2020 tot en met 31.12.2025 goed. Aangezien het gedeelte van de gemeentebelasting afloopt op 31 december 2025, werd het integrale besluit opnieuw geëvalueerd en dat in samenwerking met intergemeentelijk samenwerkingsverband.

Het reglement wordt behouden, aangezien dit reglement houders van het zakelijk recht stimuleert om hun vastgoed te activeren, en dat in die zin dat leegstaande panden sneller terug in gebruik worden genomen, verhuurd of gerenoveerd worden, zodat het beschikbare woningaanbod verhoogt.  

Daarnaast leidt langdurige leegstand vaak tot verwaarlozing of negatieve effecten op de buurt. Een belasting zet de houders van het zakelijk recht aan tot onderhoud en herbestemming.

De leegstandsbelasting heeft dan ook tot doel om zoveel mogelijk woongelegenheid van goede kwaliteit, die effectief voor huisvesting wordt gebruikt, te realiseren.

Daarnaast draagt de belasting bij aan de financiële toestand van de gemeente.

Juridische grond

Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, specifiek de artikelen 40, 41, 285, 286, 287, 288 en 330;

De Grondwet, in het bijzonder artikel 170 §4;  

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen; 

Het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019;  

Het wetboek van de inkomstenbelasting 1992;

Het decreet over het Vlaamse Woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 ( citeeropschrift: "Vlaamse Codex Wonen van 2021" ), in het bijzonder titel 3van boek 2;

Vaststelling van het gemeentelijk leegstandsreglement en gemeentelijke belasting op leegstand van woningen en gebouwen voor de periode van 01.01.2020 tot en met 31.12.2025, waarvan de laatste gecoördineerde versie werd vastgesteld door gemeenteraad op 20 juni 2022.

Het besluit van de gemeenteraad van 17 juni 2019 houdende de goedkeuring van de intergemeentelijke samenwerking (IGS) Diepenbeek, Kortessem, Zonhoven - goedkeuring statuten, begroting en projectplan.

Gemeenteraadsbesluit van 15 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Wonen aan Mombeek en Wijers’ voor de projectperiode 2026-2031, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder. Overwegende in afwachting van de goedkeuring van de minister."

Argumentatie

Het bestaande gemeentelijk leegstandsreglement en gemeentelijke belasting op leegstaand werd als basis  voor het nieuwe reglement genomen. De tekst werd op sommige plaatsen louter tekstueel aangepast. In sommige gevallen werd de leesbaarheid verbeterd. Deze wijzigingen worden niet verder geargumenteerd, hieronder wordt enkel uitleg verschaft over de zaken die echt grondig gewijzigd werden. Aangezien onderhavig reglement combineerbaar is met het belastingsreglement m.b.t. verwaarloosde woningen en/of gebouwen wordt ervoor geopteerd om beide belastingsreglementen zoveel als mogelijk op elkaar af te stemmen, zeker wat betreft de objectgebonden vrijstellingen betreft, dit zijn de vrijstellingen die betrekking hebben op de woning, gebouw  als dusdanig.

Renovatienota

De renovatienota werd aangepast, in die zin dat de werken van dien aard moeten zijn dat de woning tijdens of voor de duur van de werken niet bewoonbaar mag zijn. Het betreft met andere woorden ingrijpende werkzaamheden zoals werken aan funderingen en binnen- en buitenmuren, draagvloeren, dakwerkzaamheden, buitenschrijnwerk, vervangen van een veilige binnentrap, elektriciteit, sanitair en verwarming. Het betreft evenwel geen verfwerken of andere kleine werkzaamheden die bewoning niet onmogelijk maken. Er zal nog altijd een gedetailleerd bestek van een aannemer of van de houder van het zakelijk recht gevraagd worden, doch er wordt afgestapt van het gegeven dat deze renovatiewerken in totaal meer dan 25.000 euro moeten bedragen. Daarnaast wordt er naast het plan of de schets ook een fotoreportage gevraagd van de huidige situatie van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen. Bij verlenging zullen opnieuw foto's gevraagd worden om na te gaan of er al aan de werkzaamheden is begonnen.

Opnamedatum in het leegstandsregister

Onder de oude regeling werd een dossier opgenomen in het leegstandsregister vanaf de dag van de kennisgeving aan de houders van het zakelijk recht van de kwestieuze leegstaande woning. In de praktijk was het moeilijk om deze datum altijd correct vast te stellen, zodat de datum van de opmaak van het opnameattest leegstand (vroeger administratieve akte) in het nieuwe reglement als opnamedatum vermeld wordt. Hierbij wordt wel opgemerkt dat de beroepstermijnen om zich tegen een opname in het leegstandsregister te verzetten, wel behouden blijven. De termijn van 30 kalenderdagen om beroep tegen de opname in te dienen, gaat in van de dag na de beveiligde verzending van de kennisgeving van het opnameattest leegstand.

Indicaties van leegstand

Onder het vorige reglement volstond één objectieve indicatie van leegstand. Ten gevolge van de huidige rechtspraak m.b.t. leegstand  wordt de leegstand op basis van het gewijzigde reglement in de toekomst beoordeeld op basis van ten minste twee objectieve indicaties van leegstand. Er werden een aantal nieuwe indicaties toegevoegd, te weten:

  • dichtgemaakte of opgeheven raamopeningen (dicht geplakt, dicht geschilderd)
  • vernielingen aan of in de woning of het gebouw, of aan de omgeving van de woning of het gebouw
  • ernstig vervuild glaswerk of buitenschrijnwerk

Dergelijke zaken verwijzen immers ook naar het feit dat een woning langdurig leegstaat en niet langer op gebruikelijke wijze onderhouden wordt.

Kennisgeving registratie

In artikel 4 werd een aanvulling toegevoegd, te weten:

"De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Is een woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest leegstand betrekking heeft."

Sommige (mede)houders van het zakelijk recht beschikken immers niet altijd over een gekend adres, zodat er een alternatief gevonden werd om dit ter kennis te brengen als er geen gekend domicilieadres of verblijfsadres is.

Beroep tegen de registratie

De procedure werd hierin uitgebreid omschreven. Als de houder van het zakelijk recht niet akkoord kan gaan met de beslissing van de beroepsinstantie, kan hij hiertegen een beroep indienen bij de Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg, afdeling Hasselt. De beroepsmogelijkheid werd nu in het reglement als dusdanig ingeschreven.

Belasting op leegstand

Er wordt geen register van leegstaande kamers bijgehouden. Dergelijke leegstand kan quasi niet worden vastgesteld in de praktijk, zodat deze uit het reglement wordt geschrapt.

De houder van het zakelijk recht : mede-eigendom

Ingeval van mede-eigendom worden iedere mede-houder van het zakelijk recht voor zijn aandeel opgenomen in het kohier.  De mede-houders van het zakelijk recht blijven wel hoofdelijk gehouden voor betaling van de belastingschuld. Bij niet-betaling van één mede-houder van het zakelijk recht kan de gemeente de andere mede-houders van het zakelijk recht hoofdelijk aanspreken voor het resterend bedrag. 

Het tarief van de belasting

Ingeval van een overdracht van het leegstaande gebouw of woning, waarbij de woning of het gebouw in de leegstandsregisters blijft staan, start het tarief opnieuw vanaf nul, zijnde het basisbedrag van € 2000,00 euro.

Vrijstellingen

In tegenstelling tot vroeger wordt de vrijstelling door de administratie slechts voor één jaar toegekend, terwijl dit vroeger voor meerdere jaren werd toegekend, zodat de houder van het zakelijk recht jaarlijks een nieuwe aanvraag tot vrijstelling dient in te dienen. Ingeval een vrijstelling niet wordt toegekend, dan wordt de belasting ingekohierd en kan de houder van het zakelijk recht hiertegen bezwaar indienen. Het college van burgemeester en schepen zal zich bij de behandeling van het bezwaarschrift dan uitspreken of de vrijstelling al dan niet toegekend had moeten worden.

Persoonsgebonden vrijstellingen

Houder van een zakelijk recht verblijf in een erkende ouderenvoorziening, zorgwoning of werd voor een langdurig verblijf opgenomen in een psychiatrische instelling

Er wordt een nieuwe vrijstelling ingevoerd voor houders van het zakelijk recht die opgenomen worden in een erkende ouderenvoorziening, in een zorgwoning of voor een langdurig verblijf in een psychiatrische instelling. De vrijstelling geldt voor 5 aaneensluitende jaren, te rekenen vanaf de datum van opname. De vrijstelling kan enkel aangevraagd worden voor de woning  waar de houder van het zakelijk recht zijn laatste hoofdverblijfplaats had, en in deze woning als enige gedomicilieerd was, alvorens opgenomen te worden.

Senioren of gelijkgestelde categorieën die opgenomen worden in een erkende zorgvoorziening doen dit vaak uit noodzaak, niet uit vrije keuze. Hun oorspronkelijke woning blijft leeg omdat ze fysiek of mentaal niet meer in staat zijn om zelfstandig te wonen. Het belasten van deze leegstand zou neerkomen op het financieel straffen van kwetsbare burgers voor hun zorgbehoefte. Een vrijstelling erkent hun situatie en respecteert hun waardigheid.

De leegstand van de woning van een opgenomen senior is niet het gevolg van speculatie of nalatigheid, maar van een medische of zorggerelateerde noodzaak. De woning wordt niet leeg gehouden met het oog op winst, maar is vaak nog emotioneel en familiaal verbonden aan de oudere. Dit onderscheidt deze vorm van leegstand fundamenteel van andere vormen die de heffing beogen te ontmoedigen.

De vrijstelling is beperkt tot maximaal vijf aaneensluitende jaren vanaf de opname en geldt enkel voor de laatste hoofdverblijfplaats van de betrokkene, op voorwaarde dat hij/zij daar als enige gedomicilieerd was. Dit voorkomt misbruik en zorgt ervoor dat de maatregel enkel geldt voor de meest kwetsbare gevallen.

De vrijstelling is afhankelijk van het voorleggen van een attest van verblijf in een erkende voorziening of een melding van de zorgwoning. Dit maakt de toepassing controleerbaar en transparant voor de overheid.

De vrijstelling geldt ook voor mede-houders van het zakelijk recht, hetgeen belangrijk is in situaties van mede-eigendom (bv. tussen partners of erfgenamen). Dit voorkomt dat familieleden onterecht belast worden voor een woning die ze niet gebruiken en waarvan de hoofdgebruiker in een zorginstelling verblijft.

Door een vrijstelling toe te kennen, wordt de opname in een zorginstelling niet ontmoedigd door bijkomende financiële lasten. Tegelijk wordt het mogelijk om de woning te behouden voor latere terugkeer, erfopvolging of sociale herbestemming, zonder dat dit onmiddellijk leidt tot belastingdruk.

Handelingsonbekwame houder van het zakelijk recht:

Deze vrijstelling werd behouden en termijn verduidelijkt.

De nieuwe eigenaar

De termijn waarvoor een nieuwe eigenaar vrijstelling geniet werd in het nieuwe belastingreglement nauwkeuriger omschreven.

Objectgebonden vrijstellingen 

De  objectgebonden vrijstellingen met betrekking de woning of het gebouw werden allemaal behouden. Sommige werden verduidelijkt. 

Onmogelijk effectief gebruik

Het onmogelijk effectief gebruik werd omstandiger omschreven en er werd verduidelijkt welke stukken hiervoor moeten overgemaakt worden. 

Vrijstelling m.b.t. renovatie 

In deze vrijstelling werd een bijkomende beperking m.b.t. de aanvraag van dergelijke belasting toegevoegd.  In die zin dat dezelfde houder van het zakelijk recht slechts éénmaal in een periode van 10 jaar, te rekenen vanaf de laatste verjaardag dat de houder van het zakelijk recht vrijstelling genoten heeft, van deze vrijstelling kan gebruik maken. Deze bepaling wordt ingevoerd om eventueel misbruik te voorkomen, waarbij houders van het zakelijk recht op korte termijn een nieuwe vrijstelling op dezelfde grond willen aanvragen.  In uitzonderlijke gevallen van overmacht (bv. brand of ontploffing) zal deze vrijstelling wel opnieuw gevraagd kunnen worden. Daarnaast werd vastgesteld dat sommige houders van het zakelijk recht de renovatie niet uitvoeren of laten uitvoeren, maar zich hierop enkel beroepen om aan de belasting te kunnen ontsnappen, zodat er hieromtrent maatregelen genomen werden. 

Deze vrijstelling wordt nu telkens per jaar bekeken. Ingeval de houder van het zakelijk recht zonder gegronde reden niet met de renovatie is gestart of deze geen normale vooruitgang heeft gekend, zal de verlenging in het 2e of 3e jaar geweigerd worden. Soms is het omwille van een bepaalde situatie niet mogelijk om misschien alle werken in een aaneensluitende periode van 3 jaar uit te voeren, zodat de houder van het zakelijk recht dit éénmaal mag onderbreken met dien verstande dat hij voor dat jaar wel de belasting dient te betalen.

De andere objectgebonden vrijstellingen werden behouden en tekstueel verduidelijkt.

Overgangsbepaling

Woningen, gebouwen of kamers die in een vorig reglement werden aangeduid als leegstaand en die nog steeds op de gemeentelijke inventarissen van leegstand staan op het moment dat dit nieuwe reglement ingaat, blijven op de gemeentelijke inventaris staan met dezelfde datum als toen ze eerst werden opgenomen.

De houder van het zakelijk recht die vanaf 1 januari 2026 een vrijstelling aanvraagt, zal enkel op basis van het nieuwe reglement deze vrijstelling bekomen.

Indien een houder van het zakelijk recht in het verleden al een vrijstelling kreeg voor een woning of gebouw op basis van dezelfde of een gelijkaardige reden, dan krijgt deze voor diezelfde woning of gebouw geen nieuwe vrijstelling op basis van het nieuwe reglement.

Als een vrijstelling voor meerdere jaren geldt en de houder van het zakelijk recht al vrijstelling gekregen heeft voor enkele jaren onder het oude reglement, dan worden die jaren afgetrokken van het totaal aantal jaren vrijstelling dat de houder van het zakelijk recht op basis van het nieuwe reglement nog kan krijgen.

Algemene verordening gegevensbescherming

In ons belastingsreglement werd op aanraden van onze DPO een bepaling toegevoegd over de manier waarop wij persoonsgegevens met derden delen. Ingeval wij persoonsgegevens met derden delen zal dit steeds conform de algemene verordening gegevensbescherming zijn.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het gemeentelijk leegstandsreglement en gemeentelijke belasting op leegstand van woningen en gebouwen voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031, zoals in bijlage gehecht, goed.